Beperkingen

Flitsfoto's kunnen op deze wijze niet worden gemaakt met de flitser van de camera, omdat dan in beide foto's de slagschaduwen zullen verschillen. In dat geval moet dus een losse flitser op een statief worden gebruikt.

Bewegende beelden kunnen niet woren gefotografeerd, omdat beide beelden niet tegelijkertijd kunnen worden geschoten. Daarvoor zul je een echte stereocamera moeten gebruiken. of twee gesynchroniseerde cameras. Dat is overigens geen sinecure omdat de cameras niet aleen synchroon moeten openen, maar ook exact dezelfde gevoeligheid, witbalans etcetera moeten hebben. Overigens is er op de computer een hoop te repareren van wat er fout is gegaan. Maar voorkomen is natuurlijk beter dan genezen.

Nabewerking op de computer

Zet nu in je fotobewerkingspogramma beide plaatjes naast elkaar. Als de horizonten niet dezelfde hoek hebben heb je bij de opname "gekanteld". Verdraai dan een van de plaatjes zo, dat die hoek wordt gecorrigeerd. Zet nu ook de middelpunten op dezelfde hoogte door een van de beelden ten opzichte van het andere omhoog of omlaag te schuiven.
Maak een selectie midden uit de ene foto, (denk aan het gekozen middelpunt!), kopieer de selectie en maak een nieuw beeldvlak (witte, zwarte of transparante ondergrond) met iets meer dan de dubbele breedte van de uitsnede. Plak daar de selectie in aan de juiste zijde (Rechts geschoten plaatje links; links geschoten plaatje rechts). Neem nu de selectie-contour uit het eerste plaatje over naar het tweede plaatje, (houd precies hetzelfde middelpunt aan!), kopieer die selectie en plak hem in het nieuwe beeldvlak aan de andere zijde in een nieuwe laag.
Als alles goed is gegaan is nu het stereopaar klaar! Beide beelden staan naast elkaar met een kleine witte, zwarte of transparante balk ertussen. Als het klopt maak er dan een enkele laag van en bewaar het samengestelde beeld.

Soms is er toch een verschuiving opgetreden bij het kiezen van de uitsneden. In dat geval kijk je naar het stereobeeld en verschuif je een van de plaatjes ten opzichte van het andere zijwaards of omhoog/omlaag, totdat het kijken naar het stereoplaatje het gemakkelijkst "aanvoelt". Nu staan de beide beelden goed ten opzichte van elkaar, maar is er ergens een randje ontstaan. Vermeng beide lagen en maak een nieuwe uitsnede waarin dat randje niet meer voorkomt, en de fout is hersteld.
Naar de voorbeelden

terug